Ongeveer de helft van alle webcontent wordt nu gegenereerd door AI. Google’s kwaliteitssystemen herkennen dat, en lezers merken het ook. De vraag is niet óf je AI gebruikt, maar of jouw content nog waarde toevoegt.

Wat er aan de hand is

Uit een analyse van Search Engine Journal blijkt dat AI inmiddels verantwoordelijk is voor ruwweg de helft van alle online content. Drie ogenschijnlijk losstaande verhalen over AI en schrijven vertellen volgens het artikel hetzelfde verhaal: zowel Google als lezers worden steeds beter in het herkennen van generieke AI-teksten. Dit betekent niet dat AI per definitie slecht is, maar wel dat de lat voor kwaliteit omhoog gaat. Google’s algoritmes zijn getraind om onderscheid te maken tussen oppervlakkige, door AI gegenereerde massa-content en originele, menselijke inzichten.

Wat dit betekent

Voor MKB-ondernemers en professionals heeft deze verschuiving directe gevolgen. Als de helft van alle content AI-gegenereerd is, wordt het steeds moeilijker om op te vallen met standaardteksten. Google beloont content die echte ervaring, expertise en originaliteit toont. Dit raakt niet alleen bloggers, maar ook webshops, dienstverleners en lokale bedrijven die afhankelijk zijn van vindbaarheid. Een generiek blogje over ‘hoe kies je de juiste schoenen’ of ‘tips voor een beter cv’ scoort straks simpelweg niet meer als het niet meer biedt dan wat AI al kan produceren.

Hoe je dit kunt toepassen

Als je een webshop runt en productbeschrijvingen laat schrijven door AI, overweeg dan om elke beschrijving te laten controleren door iemand die het product echt kent. Voeg een specifiek detail toe dat alleen een ervaren gebruiker of verkoper weet, zoals hoe een materiaal aanvoelt of hoe een maat valt in de praktijk. Dat is precies wat Google wil zien: bewijs van echte ervaring.

Als je een team aanstuurt dat blogartikelen produceert, kun je een vast kwaliteitsprotocol invoeren. Laat AI de eerste versie maken, maar zorg dat een redacteur of vakspecialist er minimaal drie eigen observaties of anekdotes aan toevoegt. Een mogelijkheid is om een checklist te maken met punten als ‘bevat het een eigen mening?’, ‘staat er een voorbeeld uit de praktijk in?’ en ‘is de toon consistent met ons merk?’. Dit voorkomt dat je eindigt met vlakke, herkenbare AI-teksten.

Als je in de zorg of een andere gespecialiseerde sector werkt, is het extra belangrijk om vakinhoudelijke controle in te bouwen. AI kan feitelijk correcte informatie geven, maar mist vaak de nuance van jarenlange ervaring. Je zou kunnen overwegen om alleen AI te gebruiken voor de eerste opzet van informatieve pagina’s, en die daarna te laten reviewen door een inhoudelijk expert. Google’s systemen zijn steeds beter in het herkennen van content die wel de juiste termen gebruikt, maar geen diepgang biedt.

Als je een lokale dienstverlener bent, zoals een loodgieter of advocaat, kun je AI inzetten voor het schrijven van algemene uitleg over je vakgebied. Maar voeg altijd een lokale of persoonlijke draai toe: vertel over een specifieke klus in jouw regio, een recente wetswijziging die jij hebt zien langskomen, of een anekdote over een lastige reparatie. Dat is precies wat een lezer én Google onderscheidt van de bulk aan AI-content.

Als je contentmanager bent en meerdere schrijvers aanstuurt, overweeg dan om een interne stijlgids te maken met duidelijke richtlijnen over AI-gebruik. Geef aan dat AI een hulpmiddel is, geen vervanging, en dat elke publicatie een menselijke check moet doorstaan op originaliteit en bruikbaarheid. Een optie is om een maandelijkse steekproef te doen: laat een onafhankelijke lezer beoordelen of een artikel voelt alsof het door een mens is geschreven. Als dat niet zo is, pas dan het proces aan.

Bron: Search Engine Journal (https://www.searchenginejournal.com/3-unrelated-stories-about-ai-writing-tell-the-same-story/575070/)