GitHub stapt over op verbruiksafhankelijke facturering voor Copilot, wat betekent dat je maandelijks betaalt voor wat je daadwerkelijk gebruikt. Voor MKB-ondernemers die AI in hun workflow hebben geïntegreerd, kan dit leiden tot onverwachte pieken in de maandelijkse kosten als je niet oplet.

Wat er aan de hand is

GitHub, het Microsoft-bedrijf achter de populaire code-ontwikkelomgeving, heeft aangekondigd dat het vanaf 1 juni overstapt op een factureringsmodel op basis van daadwerkelijk gebruik voor GitHub Copilot. Tot nu toe kregen abonnees een vast aantal ‘verzoeken’ en ‘premium verzoeken’ per maand, ongeacht of het om een snelle chatvraag of een urenlange automatische coderingssessie ging. Volgens GitHub is die brede indeling niet langer houdbaar. ‘Een snelle chatvraag en een meerdaagse autonome coderingssessie kunnen de gebruiker nu hetzelfde kosten’, schrijft het bedrijf. GitHub zegt dat het de stijgende rekenkosten voor AI achter de schermen tot nu toe heeft opgevangen, maar dat dit ‘niet langer duurzaam is’. De exacte tarieven per type verzoek zijn nog niet bekendgemaakt, maar de verschuiving is duidelijk: betalen voor wat je verbruikt, niet voor een vast pakket.

Wat dit betekent

Voor Nederlandse MKB-ondernemers die Copilot gebruiken voor softwareontwikkeling, data-analyse of automatisering, betekent dit dat de maandelijkse kosten variabel worden. Waar je eerder een vast bedrag betaalde voor een abonnement, kun je nu te maken krijgen met pieken in de factuur als je team intensief gebruikmaakt van de AI. Dit raakt met name bedrijven die Copilot inzetten voor complexe taken, zoals het genereren van hele codeblokken of het uitvoeren van langdurige analysesessies. Die taken verbruiken meer rekenkracht en worden straks duurder. Ook voor bedrijven die Copilot onregelmatig gebruiken, bijvoorbeeld in piekperiodes, kan de rekening opeens hoger uitvallen. Het is een verschuiving van voorspelbare vaste kosten naar variabele kosten, wat meer aandacht vraagt voor budgetbeheer.

Hoe je dit kunt toepassen

Als je een klein team hebt dat dagelijks met Copilot werkt, is het verstandig om nu al in kaart te brengen hoe vaak en waarvoor jullie de AI gebruiken. Je zou een logboek kunnen bijhouden van het aantal verzoeken per dag en per type taak. Zo krijg je een beeld van je gemiddelde verbruik en kun je inschatten of het nieuwe model duurder of goedkoper uitpakt. Overweeg om een interne richtlijn op te stellen voor wanneer je Copilot inzet: voor snelle vragen of eenvoudige codefragmenten is het waarschijnlijk goedkoper dan voor complexe, langdurige sessies.

Als je Copilot voornamelijk gebruikt voor eenvoudige taken, zoals het genereren van korte codefragmenten of het beantwoorden van syntaxvragen, dan is de kans groot dat je juist goedkoper uit bent. GitHub geeft aan dat niet alle verzoeken even duur zijn, dus lichte taken worden mogelijk goedkoper. Je zou kunnen overwegen om het gebruik te monitoren en te vergelijken met je huidige abonnementskosten. Als je merkt dat je vooral lichte verzoeken doet, kun je mogelijk besparen door over te stappen naar een lager abonnement of door het gebruik te optimaliseren.

Als je een groter team aanstuurt, is het belangrijk om afspraken te maken over het gebruik van Copilot. Je zou kunnen overwegen om een budget per teamlid in te stellen of om een melding te krijgen bij hoog verbruik. Een optie is om een maandelijkse rapportage te genereren van het Copilot-gebruik per ontwikkelaar, zodat je kunt zien wie veel verbruikt en of dat efficiënt is. Dit helpt om onverwachte pieken te voorkomen en om het gebruik beter af te stemmen op de bedrijfsdoelen.

Als je Copilot gebruikt voor geautomatiseerde processen, zoals het genereren van documentatie of het uitvoeren van tests, dan is het zaak om die processen te optimaliseren. Je zou kunnen onderzoeken of je bepaalde taken kunt bundelen of kunt uitvoeren in daluren, mocht GitHub daar een gunstiger tarief voor hanteren. Overweeg om een proefperiode in te stellen waarin je het verbruik meet voordat je overstapt op het nieuwe model, zodat je niet voor verrassingen komt te staan.

Bron: Arstechnica