Driekwart van de professionals in B2B-marketing vindt AI inmiddels essentieel voor hun werk, maar hun eigen bedrijven lopen ver achter in adoptie. Volgens een onderzoek van het Marketing AI Institute, gepresenteerd tijdens de B2B Marketers Summit, ervaren professionals een groeiende kloof tussen wat zij nodig hebben en wat hun organisatie biedt. De uitdaging is niet de technologie, maar de organisatie eromheen.
Wat er aan de hand is
Uit het onderzoek van het Marketing AI Institute blijkt dat 74 procent van de B2B-marketingprofessionals AI als essentieel beschouwt voor hun dagelijkse werk. Tegelijkertijd geven zij aan dat hun bedrijven niet in staat zijn om die adoptie te ondersteunen. Het instituut spreekt van een ‘adoptiekloof’: medewerkers willen vooruit, maar krijgen geen ruimte, training of tools van hun werkgever. Het onderzoek werd gepresenteerd tijdens de B2B Marketers Summit, een jaarlijks evenement rond AI in marketing. De cijfers laten zien dat de urgentie bij individuele professionals groter is dan bij de organisaties waar zij werken.
Wat dit betekent
Voor ondernemers en managers in het MKB betekent dit dat de concurrentie niet alleen van buiten komt, maar ook van binnenuit. Als jouw team AI wil gebruiken en jij biedt geen richting of middelen, dan gaan zij zelf op zoek. Dat leidt tot schaduw-AI: onveilige, ongecoördineerde toepassingen die niemand overziet. De kloof betekent ook dat bedrijven die wél actief inzetten op AI-adoptie een voorsprong krijgen. Niet omdat zij betere technologie hebben, maar omdat zij hun mensen serieus nemen. Voor kleine bedrijven is dat een kans: je hebt geen groot budget nodig om medewerkers te laten experimenteren, je hebt alleen een andere aanpak nodig.
Hoe je dit kunt toepassen
Als je een klein team aanstuurt en geen budget hebt voor dure AI-tools. Je zou kunnen beginnen met een wekelijks ‘AI-uurtje’ waarin teamleden zelf een tool uitproberen en hun ervaringen delen. Denk aan ChatGPT voor het schrijven van offertes of Canva AI voor social media visuals. Het kost niets extra’s, maar geeft wel structuur aan het experimenteren. Een optie is om per maand één tool centraal te stellen en iedereen dezelfde opdracht te geven, zoals ‘schrijf een klantmail met AI’. Zo ontstaat gedeelde kennis zonder dat je een training hoeft in te kopen.
Als je merkt dat medewerkers zelfstandig AI gebruiken zonder dat jij het weet. Overweeg om een korte, informele enquête te houden: wie gebruikt wat en waarvoor? Maak de uitkomsten bespreekbaar in een teamoverleg. Het doel is niet om te controleren, maar om te leren van wat er al gebeurt. Je zou kunnen afspreken dat iedereen één toepassing deelt die hij of zij nuttig vindt. Zo krijg je inzicht in de adoptie en kun je eventuele risico’s bespreken, zoals het gebruik van klantdata in gratis tools.
Als je wilt dat AI-adoptie niet blijft hangen bij één enthousiasteling. Een mogelijkheid is om een ‘AI-pionier’ aan te wijzen: iemand die de tijd krijgt om nieuwe toepassingen te testen en de rest van het team op de hoogte houdt. Dat hoeft geen extra functie te zijn, maar wel een taak die erkend wordt. Je zou die persoon een half uur per week kunnen geven om een tool te verkennen en een korte notitie te schrijven. Zo verspreidt de kennis zich zonder dat jij alles zelf hoeft te doen.
Als je twijfelt of AI wel veilig is voor jouw bedrijf. Begin met een eenvoudige regel: geen klantdata in gratis AI-tools zonder dat je de voorwaarden hebt gelezen. Je zou een lijstje kunnen maken van goedgekeurde tools, zoals Microsoft Copilot als je al in het Microsoft-ecosysteem werkt, of de betaalde versie van ChatGPT die belooft data niet te gebruiken voor training. De praktische toepassing hangt af van jouw situatie, maar een duidelijke grens geeft medewerkers houvast om veilig te experimenteren.
Bron: Marketing AI Institute