Het antwoord is dat AI, volgens nieuw onderzoek van OpenAI, de grenzen tussen functies vervaagt. Dit betekent dat je medewerkers met AI-tools breder kunt inzetten dan hun huidige functieomschrijving, maar dat vraagt wel om een bewuste aanpak. Uit het onderzoek blijkt dat gebruikers van ChatGPT taken oppakken die buiten hun oorspronkelijke rol vallen, waardoor functies zich uitbreiden en banen minder strikt worden afgebakend.

Wat er aan de hand is

OpenAI heeft onderzoek gepubliceerd naar hoe AI de manier waarop mensen werken verandert. De kern van de bevinding is dat ChatGPT-gebruikers taken uitvoeren die traditioneel bij een andere functie horen. Een marketeer die bijvoorbeeld ook een analyse schrijft, of een administratief medewerker die een eerste opzet voor een klantpresentatie maakt. Volgens OpenAI zorgt AI ervoor dat werknemers zich niet langer beperkt voelen tot hun formele taakomschrijving, maar dat ze vaardigheden en kennis uit andere domeinen kunnen toepassen. Het onderzoek is gebaseerd op gebruikersdata van ChatGPT en is gepubliceerd door OpenAI zelf, dus het is een vendorclaim. Het bedrijf stelt dat dit een verschuiving in de arbeidsmarkt markeert, waarbij de focus minder op functietitels komt te liggen en meer op het oplossen van problemen.

Wat dit betekent

Voor Nederlandse MKB’ers is dit geen abstracte trend, maar een directe kans. In een klein bedrijf is de overlap tussen functies vaak al groot; AI maakt het mogelijk om die overlap te benutten zonder dat je extra personeel hoeft aan te nemen. Het betekent dat je niet langer hoeft te wachten op een specialist voor een specifieke taak. Een medewerker met basiskennis van AI kan met de juiste prompts een eerste versie maken van iets wat voorheen aan een duur extern bureau werd uitbesteed. De keerzijde is dat dit ook risico’s met zich meebrengt. Als iedereen zich met alles gaat bemoeien, kan de kwaliteit van het werk dalen of kunnen medewerkers overbelast raken. Het onderzoek van OpenAI suggereert dat de grens van een functie niet meer vastligt, maar dat betekent niet dat er geen grenzen meer zijn. Je zult als ondernemer actief moeten sturen op welke taken je medewerkers met AI oppakken en waar ze juist hun kernverantwoordelijkheid houden.

Hoe je dit kunt toepassen

Als je een klein team aanstuurt van vijf tot vijftien mensen, dan kun je overwegen om medewerkers expliciet te vragen welke taken buiten hun functie ze graag zouden willen oppakken met behulp van AI. Een mogelijkheid is om wekelijks een half uur in te plannen waarin teamleden laten zien wat ze met ChatGPT hebben gemaakt. Je zou kunnen ontdekken dat je administratieve kracht een verrassend goede eerste opzet voor een offerte schrijft, of dat je verkoper een heldere interne nieuwsbrief produceert. De valkuil is dat je medewerkers het gevoel krijgen dat ze er van alles ’even bij doen’ zonder erkenning. Overweeg om dit te formaliseren in een persoonlijk ontwikkelplan, zodat de bredere inzet wordt gezien als groei en niet als extra belasting.

Als je een webshop runt en je hebt een medewerker die klantenservice doet, dan kan die persoon met AI-tools ook productbeschrijvingen schrijven of eenvoudige marketingteksten voor social media opstellen. Een optie is om te starten met een pilot van een maand, waarin de medewerker naast de klantenservice ook twee productteksten per week maakt. De valkuil hier is dat de klantenservice eronder lijdt als de focus verschuift. Spreek daarom duidelijke prioriteiten af: de klantvragen gaan altijd voor, en de extra taken zijn ondergeschikt. Het onderzoek van OpenAI laat zien dat dit soort combinaties steeds normaler worden, maar het is aan jou om de balans te bewaken.

Als je een bedrijf hebt waar veel repetitieve administratie voorkomt, zoals een boekhouder of een administratiekantoor, dan kun je medewerkers inzetten om met AI eerste analyses van cijfers te maken die voorheen door een senior werden gedaan. Een mogelijkheid is om een junior medewerker met ChatGPT een eerste concept van een managementrapportage te laten maken, die vervolgens door de senior wordt gecontroleerd. Dit vergroot de betrokkenheid van de junior en ontlast de senior. De valkuil is dat de junior te veel vertrouwt op de output van de AI en fouten niet herkent. Het is daarom essentieel om een controlelaag in te bouwen en medewerkers te trainen in het kritisch beoordelen van AI-output. Volgens OpenAI is dit precies waar de toegevoegde waarde van de medewerker ligt: niet in het maken van de analyse, maar in het beoordelen en verbeteren ervan.

Bron: OpenAI