De opkomst van AI die zelfstandig kan programmeren en taken uitvoeren, zet het verdienmodel van traditionele SaaS-bedrijven (Software-as-a-Service) op scherp. Klanten kunnen straks met zogenaamde AI-agents veel processen zelf automatiseren en hebben mogelijk minder licenties nodig. Tegelijkertijd wordt het bouwen van eenvoudige softwaretools door AI zo toegankelijk dat het zelf maken een serieus alternatief wordt voor het afnemen van een abonnement. Dit plaatst SaaS-aanbieders voor een fundamentele strategische vraag: hoe lever je waarde als de basissoftware een commodity wordt?
De opmars van de AI-agent en ‘vibe coding’
De ontwikkeling gaat verder dan tekstgeneratie. AI-systemen van bedrijven als OpenAI en Anthropic worden volgens het artikel steeds beter in programmeren. Ervaren ontwikkelaars vergelijken het werken met deze tools, ook wel ‘vibe coding’ genoemd, met het begeleiden van een stagiair of junior developer. Daarnaast zijn er AI-agents: systemen die zelfstandig taken kunnen uitvoeren door andere software te gebruiken of zelfs gesprekken te voeren. Deze combinatie betekent dat een enkele medewerker, ondersteund door AI-agents, het werk van meerdere mensen kan doen. Voor SaaS-bedrijven die per gebruiker (per ‘seat’) factureren, kan dit directe gevolgen hebben voor de omzet.
Software als commodity en het migratievraagstuk
Een tweede druk komt van de toegankelijkheid van het bouwen zelf. Als het via AI relatief eenvoudig wordt om een specifiek tooltje in elkaar te zetten, wordt standaardsoftware een commodity – een basisproduct waar weinig onderscheid in zit. Klanten zullen zich afvragen waarom ze nog moeten betalen voor een abonnement op een tool die ze mogelijk zelf kunnen namaken of door een AI-agent laten bouwen. Bovendien wordt een ander pijnpunt voor klanten, het migreren van data tussen systemen, volgens de trends in het artikel ook soepeler door AI. Dit maakt het voor klanten minder ingewikkeld om over te stappen, wat de lock-in van SaaS-aanbieders vermindert.
Hoe kun je dit vandaag toepassen?
Deze ontwikkelingen vragen niet per se om paniek, maar wel om een proactieve herpositionering. De kernvraag voor elke SaaS-aanbieder of softwareontwikkelaar wordt: wat is mijn unieke waarde als de technische barrières verdwijnen? Hier zijn enkele richtingen om over na te denken.
Als je een SaaS-bedrijf runt met een per-user prijsmodel, zou je kunnen onderzoeken of een prijsmodel gebaseerd op gebruik, waarde of bedrijfsomvang toekomstbestendiger is. De focus verschuift dan van het tellen van gebruikers naar het meten van de geleverde uitkomst voor de klant.
Als je software ontwikkelt voor een specifieke niche, is een mogelijke stap om te investeren in diepgaande domeinkennis en integraties die moeilijk te automatiseren zijn. De waarde zit dan niet in de generieke functionaliteit, maar in het naadloos laten werken binnen de complexe werkelijkheid van die branche.
Als je een IT-dienstverlener of consultant bent, kun je je positioneren als de begeleider van dit proces. Je helpt klanten niet alleen bij het kiezen van tools, maar bij het ontwerpen van hun complete, geautomatiseerde workflow met behulp van AI-agents en custom software, waarbij jouw advies en regie centraal staan.
Als je een productmanager bent voor een bestaande softwaretool, zou je kunnen focussen op het bouwen van een robuust platform en een ecosysteem. In plaats van een gesloten applicatie, bied je krachtige API’s en mogelijkheden voor extensies, waardoor jouw tool het centrale zenuwstelsel wordt waar AI-agents op aanhaken.
Als je een startup overweegt in de softwaremarkt, is een optie om vanaf dag één te bouwen met de assumptie dat AI-agents je primaire gebruikersinterface worden. Ontwerp je dienst niet per se voor menselijke gebruikers, maar als een set diensten die zowel door mensen als door geautomatiseerde agents kunnen worden aangeroepen en benut.
Bron: Sprout