De vervanging van personeel door AI-agents creëert een nieuwe vorm van belastingontwijking, omdat er geen loonbelasting en sociale premies worden afgedragen over het geautomatiseerde werk. Dit zet de financiering van sociale voorzieningen onder druk en zal leiden tot nieuwe fiscale maatregelen, zoals een verschuiving van belasting op arbeid naar belasting op kapitaal of geautomatiseerde productie.

Wat er aan de hand is

Volgens een analyse op Sprout vervangt een groeiend aantal bedrijven menselijke werknemers, zoals boekhouders, webdesigners en social media managers, door AI-agents. De financiële rekensom is aantrekkelijk: waar een menselijke accountant duizenden euro’s per maand kost, kost een abonnement op een AI-agent slechts enkele honderden. Het werk wordt nog steeds uitgevoerd, maar de staat ontvangt geen loonbelasting en sociale premies meer over die arbeid. Dit fenomeen wordt omschreven als het ontstaan van een “nieuwe generatie belastingontduikers”. De trend staat nog in de kinderschoenen, maar de voorspellingen over banenverlies zijn groot. Het World Economic Forum Future of Jobs Report 2025 voorspelt dat er tegen 2030 wereldwijd 92 miljoen banen zullen verdwijnen. Dario Amodei, CEO van AI-bedrijf Anthropic, verwacht dat de helft van de kantoorbanen tegen die tijd is geschrapt. Deze ontwikkeling leidt tot onrust onder werknemers; Europees onderzoek van Writer en Workplace Intelligence toont aan dat bijna een op de drie werknemers toegeeft de AI-strategie van hun bedrijf te saboteren.

Wat dit betekent

Voor ondernemers betekent dit op korte termijn een kans op lagere operationele kosten door personeelskosten te vervangen door vaste software-abonnementskosten. Op de middellange termijn ontstaat er echter een groot fiscaal en sociaal vraagstuk. De staat verliest inkomsten uit loonbelasting en sociale premies, terwijl de kosten voor sociale zekerheid, zoals uitkeringen voor ontslagen werknemers, mogelijk stijgen. Dit zal onvermijdelijk leiden tot een herziening van het belastingstelsel. Tech-CEO’s zoals Sam Altman van OpenAI pleiten al voor een verschuiving van belasting op arbeid naar belasting op kapitaal en het belasten van geautomatiseerde arbeid. Voor ondernemers vertaalt dit zich naar een toekomst waarin de fiscale druk mogelijk verschuift van personeelskosten naar de winst of het vermogen van het bedrijf, of naar een nieuwe heffing op het gebruik van productie-AI. De sociale onrust onder personeel, waaronder sabotage van AI-implementaties, vormt ook een direct operationeel risico voor bedrijven die automatiseren.

Hoe je dit kunt toepassen

De praktische toepassing hangt sterk af van jouw specifieke situatie en de snelheid waarmee de wetgeving verandert. Toch zijn er scenario’s te schetsen op basis van de huidige trend.

Als je overweegt functies te automatiseren… Weeg niet alleen de directe kostenbesparing af, maar bouw ook een risicoreserve in voor mogelijke toekomstige belastingen op geautomatiseerde arbeid. Houd daarnaast rekening met het menselijke aspect: transparante communicatie over veranderingen kan sabotage of weerstand binnen je team voorkomen.

Als je een fiscale strategie bepaalt… Raadpleeg een fiscalist om de huidige aftrekbaarheid van AI-softwarekosten te bespreken en informeer naar de langetermijnvisie op belastingen. Het is verstandig scenario’s te laten doorrekenen voor het geval de belastingdruk verschuift van personeelskosten naar winstbelasting.

Als je investeert in AI-implementatie… Zie automatisering niet alleen als een manier om banen te schrappen, maar vooral als een tool om bestaande medewerkers te ondersteunen en hun werk waardevoller te maken. Dit vermindert intern verzet en zorgt voor een soepelere transitie, ongeacht hoe de fiscale regels zich ontwikkelen.

Als je een personeelsbeleid vormgeeft… Ontwikkel een beleid voor omscholing (upskilling). Wanneer AI routinematige taken overneemt, ontstaat er ruimte voor medewerkers om zich te richten op complexere, creatievere of meer relationele taken. Dit maakt je organisatie weerbaarder tegen toekomstige schokken op de arbeidsmarkt.

Bron: Sprout