Het antwoord is simpel: als AI-agents straks het werk doen van mensen, valt een deel van de belasting- en premie-inkomsten weg die nu over salarissen worden geheven. Dat raakt direct de financiering van ons sociale stelsel. Voor MKB-ondernemers betekent dit dat de keuze voor automatisering niet alleen een kostenbesparing is, maar ook een strategische afweging met fiscale gevolgen op de lange termijn.

Wat er aan de hand is

De discussie over een AI-tax wint aan kracht. Volgens MT/Sprout-redacteur Karin Swiers hollen AI-agents ons sociale vangnet uit. De rekensom is simpel: een accountant als werknemer kost een bedrijf duizenden euro’s per maand, een abonnement op een AI-agent enkele honderden. Die besparing heeft niet alleen invloed op het aantal banen, maar ook op de belastingen en sociale premies die over salarissen worden afgedragen. Sam Altman, CEO van OpenAI, pleit daarom voor een verschuiving van belasting op arbeid naar kapitaal en geautomatiseerde arbeid. Hoogleraar Ulrich Zierahn-Weilage heeft daarentegen weinig vertrouwen in zo’n AI-tax. Het debat is nog pril, maar de onderliggende vraag is urgent: wie gaat de rekening betalen als machines het werk doen?

Wat dit betekent

Voor MKB-ondernemers is dit geen ver-van-je-bed-show. De keuze om een medewerker te vervangen door een AI-agent lijkt nu een simpele kosten-batenanalyse, maar de indirecte gevolgen kunnen groot zijn. Als overheden straks minder inkomsten hebben uit loonbelasting en premies, zullen ze die moeten compenseren. Dat kan via hogere vennootschapsbelasting, een nieuwe heffing op geautomatiseerde arbeid, of een verschuiving naar belasting op kapitaal. Voor bedrijven die nu al sterk leunen op automatisering, kan dat betekenen dat de belastingdruk op een andere manier terugkomt. Het is niet alleen een technologische keuze, maar ook een fiscale.

Hoe je dit kunt toepassen

Als je een klein administratiekantoor runt en overweegt om een AI-boekhouder in te zetten in plaats van een stagiair in te huren. Je zou kunnen beginnen met een hybride model: laat de AI-agent de bulk van het werk doen, maar behoud een parttime medewerker voor controle en klantcontact. Zo profiteer je van de efficiëntie, maar blijf je bijdragen aan het sociale stelsel via loonheffingen. Overweeg om de besparing deels te reserveren voor toekomstige heffingen, mocht een AI-tax er komen.

Als je een webshop runt en denkt aan het vervangen van je klantenservicemedewerkers door een AI-chatbot. Een mogelijkheid is om de chatbot in te zetten voor eerste lijns ondersteuning, maar een klein team te behouden voor complexe vragen. Dit beperkt het risico op een plotselinge belastingverschuiving, omdat je nog steeds loonkosten hebt. Je zou ook kunnen onderzoeken of je de vrijgekomen middelen kunt investeren in opleiding van bestaand personeel, zodat zij taken blijven doen die niet door AI worden overgenomen.

Als je een productiebedrijf leidt en overweegt om een hele afdeling te automatiseren. Het is verstandig om nu al een scenario te maken van wat er gebeurt als de overheid een heffing op geautomatiseerde arbeid invoert. Reken uit wat je besparing is en zet dat af tegen een mogelijke AI-tax van bijvoorbeeld 10 of 20 procent. Overweeg om een deel van de winst uit automatisering te gebruiken voor het aannemen van personeel in andere functies, zoals onderhoud of kwaliteitscontrole. Zo blijf je flexibel, ongeacht hoe het fiscale landschap verandert.

Als je een consultancybureau hebt en gebruikmaakt van AI-tools voor rapportages en analyses. Je zou kunnen overwegen om de inzet van AI te combineren met een vast team van junior consultants. De AI doet het zware rekenwerk, de juniors leren ervan en doen de klantinteractie. Dit model houdt je loonkosten beheersbaar, maar zorgt dat je nog steeds premies afdraagt. Mocht een AI-tax er komen, dan kun je snel schakelen omdat je de verhouding tussen mens en machine al hebt uitgebalanceerd.

Bron: Sprout