Het antwoord op een ‘gefrituurd brein’, afhankelijkheid van AI en middelmatigheid is niet minder AI gebruiken, maar slimmer. De oplossing ligt in het bewust inbouwen van momenten waarop je zonder AI werkt, het kritisch controleren van AI-output en het inzetten van AI als sparringpartner in plaats van als eindantwoord. Dit voorkomt dat je vaardigheden wegzakken en dat je werk oppervlakkig wordt.
Wat er aan de hand is
In een column op MT/Sprout beschrijft auteur Robert van den Bergh de keerzijde van de AI-hype. Waar AI voor enorme productiviteitswinst kan zorgen, ziet hij drie serieuze problemen ontstaan: gebruikers worden afhankelijk van AI, hun werk wordt middelmatig en ze verleren kritisch denken. Van den Bergh stelt dat iets pas een probleem is als het een oplossing kent. Daarom deelt hij vijf tips om deze valkuilen te vermijden. Centraal staat het idee dat je AI niet moet gebruiken om je denken te versnellen, maar om het te vertragen. In plaats van AI een speech te laten schrijven, kun je beter eerst zelf nadenken en AI daarna vragen: wat zie ik over het hoofd? Uit onderzoek blijkt dat blind vertrouwen op AI ten koste gaat van je zelfvertrouwen.
Wat dit betekent
Voor ondernemers en professionals betekent dit dat de manier waarop je AI inzet minstens zo belangrijk is als de vraag óf je het gebruikt. Wie AI blind gebruikt als snelkookpan voor antwoorden, riskeert dat eigen vaardigheden wegkwijnen. Denk aan schrijven, programmeren of analyseren zonder hulp. Dat klinkt misschien ouderwets, maar volgens OpenAI-ceo Sam Altman helpt schrijven juist om je denken te verhelderen en je ideeën te verruimen. Creativiteit ontstaat vaak door moeite en reflectie, niet door de snelste route te nemen. Voor bedrijven die AI breed inzetten, ligt er een risico: als iedereen dezelfde AI-tools gebruikt, wordt het werk steeds meer hetzelfde. Het onderscheidend vermogen verdwijnt.
Hoe je dit kunt toepassen
Als je dagelijks AI gebruikt voor teksten of analyses. Overweeg om vaste ‘geen AI’-momenten in te plannen. Schrijf bijvoorbeeld elke ochtend eerst een half uur zonder AI. Dat kan een memo zijn, een notitie voor een project of een reflectie op de dag ervoor. Het doel is niet om perfectie te bereiken, maar om je eigen denkproces te trainen. Je zou kunnen merken dat je daarna scherpere vragen stelt aan AI.
Als je AI inzet als sparringpartner. Een krachtige strategie is om eerst zelf een probleem te doordenken en pas daarna AI te vragen om mee te denken. Stel niet de vraag ‘schrijf een voorstel’, maar ‘wat zie ik over het hoofd?’ of ’leg me uit waarom ik ongelijk heb’. Dit vertraagt je denken, maar maakt je werk beter. Je gebruikt AI dan niet als eindantwoord, maar als kritische meedenker. Het grootste risico van blind vertrouwen is dat je zelfvertrouwen afneemt, blijkt uit onderzoek. Door tegengas te geven, blijf je zelf de regie houden.
Als je AI-output gebruikt voor beslissingen. Maak er een gewoonte van om AI altijd te vragen naar de bron van haar beweringen. AI-chatbots als Gemini en Le Chat geven hun antwoord met veel zelfvertrouwen, ook als ze onzin verkopen. Zie AI als een stagiair: nuttig, maar niet altijd betrouwbaar. Een concrete suggestie is om bij elk AI-antwoord de vraag te stellen: ‘klopt dit met wat ik al weet?’ en ‘waar komt deze informatie vandaan?’ Dit dwingt je om kritisch te blijven en voorkomt dat je klakkeloos overneemt wat AI produceert.
Als je een team aanstuurt dat AI gebruikt. Overweeg om een teamafspraak te maken: niemand deelt AI-output zonder dat er een kritische check op heeft plaatsgevonden. Je zou kunnen afspreken dat elk teamlid eerst zelf een eerste versie maakt, AI daarna laat meedenken en pas dan de eindversie oplevert. Dit voorkomt dat het team collectief middelmatig wordt en houdt de kwaliteit hoog.
Bron: Sprout