Het antwoord op AI-afhankelijkheid en middelmatigheid is niet minder AI gebruiken, maar slimmer. Door bewust denktijd in te bouwen, AI-output kritisch te controleren en AI als sparringpartner te gebruiken in plaats van als eindantwoord, blijf je zelf scherp en voorkom je dat je brein ‘gefrituurd’ raakt.

Wat er aan de hand is

In een column op MT/Sprout beschrijft AI-expert dat veel gebruikers worstelen met drie problemen: afhankelijkheid van AI, middelmatigheid van output en verlies van kritisch denkvermogen. De oplossing ligt volgens de auteur niet in het mijden van AI, maar in het veranderen van de manier waarop je het inzet. Hij noemt vijf tips, waaronder het blijven oefenen van vaardigheden zonder AI, het kritisch controleren van AI-output en het gebruiken van AI om je denken te vertragen in plaats van te versnellen. Het probleem is herkenbaar voor veel ondernemers en professionals die dagelijks met AI werken: de snelheid en het gemak verleiden tot blind vertrouwen, terwijl de kwaliteit van het eigen werk eronder kan lijden.

Wat dit betekent

Voor ondernemers en professionals betekent dit dat de manier waarop je AI inzet direct invloed heeft op de kwaliteit van je werk en je eigen denkvermogen. Als je AI gebruikt om alles voor je te laten schrijven, bedenken of berekenen, loop je het risico dat je eigen vaardigheden wegzakken. Dat klinkt misschien overdreven, maar onderzoek laat zien dat blind vertrouwen in AI ten koste gaat van je zelfvertrouwen. Tegelijkertijd is AI niet altijd betrouwbaar: chatbots geven met groot zelfvertrouwen antwoorden die complete onzin kunnen zijn. De auteur noemt het voorbeeld van een chatbot die beweert dat iemand te voet het snelst het Kanaal is overgestoken. Zonder kritische blik neem je zulke fouten klakkeloos over. Vooral in sectoren waar precisie en originaliteit belangrijk zijn – zoals marketing, advies, recht en journalistiek – kan dat schadelijk zijn.

Hoe je dit kunt toepassen

Als je regelmatig AI gebruikt om teksten te schrijven of te laten samenvatten, overweeg dan om eerst zelf een eerste versie te maken. Schrijf een paar alinea’s zonder AI, of maak een ruwe schets van je gedachten. Pas daarna schakel je AI in om je tekst te verbeteren, aan te vullen of te controleren op blinde vlekken. Je zou ook kunnen afspreken dat je nooit de eerste AI-output gebruikt zonder hem minstens één keer te herzien. Een mogelijkheid is om een ‘denktijd’ van tien minuten in te bouwen: lees de AI-output, leg hem weg, en kom er later op terug met een frisse blik.

Als je AI gebruikt als sparringpartner voor strategische beslissingen, probeer dan de rollen om te draaien. In plaats van AI te vragen om een plan te maken, leg je jouw eigen plan voor en vraag je: ‘Wat zie ik over het hoofd?’ of ‘Leg me uit waarom ik ongelijk heb.’ Dat dwingt AI om kritisch mee te denken in plaats van klakkeloos te bevestigen wat je al denkt. Een andere optie is om AI te vragen om drie alternatieven voor jouw aanpak, inclusief de zwakke punten van elk alternatief. Zo gebruik je AI om je denken te verdiepen in plaats van te versnellen.

Als je een team aanstuurt dat veel met AI werkt, kun je overwegen om vaste checks in te bouwen. Laat teamleden bijvoorbeeld altijd de bronnen controleren die AI noemt, of vraag hen om bij elk AI-voorstel minstens één tegenargument te formuleren. Je zou ook een wekelijkse ‘geen AI’-sessie kunnen inplannen waarin iedereen zonder hulp van chatbots brainstormt of schrijft. Dat klinkt misschien ouderwets, maar het helpt om creativiteit en kritisch denken scherp te houden. De auteur van de column verwijst naar OpenAI-ceo Sam Altman, die zegt dat schrijven helpt om je denken te verhelderen. Dat geldt niet alleen voor schrijven, maar ook voor programmeren, analyseren of ontwerpen zonder AI.

Bron: Sprout